|
Afgelopen woensdag 30 juni heeft IMARES een presentatie gegeven over de vangstadviezen voor 2011, opgesteld door ICES, de internationale club van biologen. De Nederlandse kottervisserij was bij deze presentatie vertegenwoordigd door VisNed. In tegenstelling tot voorgaande jaren heeft ICES drie opties weergegeven: een getal op basis van het van toepassing zijnde beheerplan, een getal op basis van het Voorzorgprincipe en nieuw een getal op basis van het MSY-principe (Maximum Sustainable Yield = Maximaal Duurzame Vangst).Bij dit laatste moet opgemerkt worden dat er door het beleid/de politiek wel aangegeven is dat er in 2015 gewerkt moet worden volgens het MSY-principe, maar er zijn nog geen besluiten genomen over procedures en met name ook nog niet over de niveaus die hierbij horen. De MSY-getallen die ICES dan ook noemt zijn gebaseerd op voorlopige “eigen” berekeningen.
Wij kunnen er vanuit gaan dat voor tong, schol en kabeljauw de TAC’s 2011 vastgesteld worden op basis van de geldende lange-termijnbeheer plannen. Dit betekent voor tong en schol dat de visserijinspanning per jaar met 10 % verminderd moet worden totdat beide soorten wat betreft paaibestand en visserijsterfte binnen de daarvoor gestelde Agroene@ grenzen zijn uitgekomen. En de jaarlijkse fluctuatie in de TAC mag daarbij niet meer dan 15 % dalen of 15 % stijgen.
De cijfers voor de verschillende vissoorten:
Tong: Gingen de biologen er vorig jaar nog vanuit dat het paaibestand was gestegen tot 37.000 ton, op grond van de meest recente informatie komt men tot het oordeel dat het paaibestand op 33.000 ton uit zal komen, een kleine bijstelling naar beneden toe. Het Veilig Biologisch Minimum staat op 35.000 ton, dus daar zitten we nu iets onder. De Visserijinspanning daalt wel maar zit nog niet op de gewenste limiet van F 0,4. Op basis van het beheerplan moet de Visserijinspanning met 10 % afnemen, en dit levert voor 2011 een TAC op van 13.600 (dit jaar: 14.100 ton), derhalve een korting van bijna 4 %. Als de TAC vastgesteld zou worden op basis van MSY zou deze, nogal verrassend, uitkomen op 13.800 ton.
Schol: Bij het paaibestand van schol en de ontwikkelingen van het bestand zien we door de biologen steeds meer positieve bijstellingen, we kunnen onderhand spreken van een zeer spectaculaire toename van het bestand. Dit jaar wordt dit bestand geschat op 435.000 ton en de voorspelling is dat de stijging in 2011 doorzet naar 480.000 ton en dat zou de hoogste stand betekenen sinds de waarnemingen in 1957 begonnen zijn. De aanwas van jonge vis is gemiddeld en de toename van de stock heeft volgens de biologen dan ook alles te maken met de enorme afname van de visserijinspanning. De schol-TAC voor dit jaar staat op 63.825 ton en kan volgens de bepalingen van het beheerplan in 2010 slechts met 15 % stijgen tot 73.400 ton. Zou men de MSY-aanpak volgen dan zou het bestand uitkomen op 64.200 ton. Vaststelling van een TAC 2011 op basis van het voorzorgsniveau (tot 3 jaar geleden was dat de wijze waarop ICES adviseerde) zou een TAC opleveren van 144.400 ton.
Het verdere traject is dat voor tong en schol in de periode augustus - september de surveys uitgevoerd zullen worden om onder andere de aanwas van nieuwe jaarklassen te bemonsteren. Als hier spectaculair andere gegevens boven tafel komen, kan dit aanleiding geven het advies aan te passen, maar daar wordt vooralsnog niet vanuit gegaan.
Kabeljauw: Deze vissoort bevindt zich volgens de wetenschap al jaren in de problemen en pogingen om het bestand te herstellen heeft nog steeds onvoldoende resultaat laten zien. Dit blijft dus voor Brussel het grote zorgenkindje. Op basis van het twee jaar geleden afgesproken lange termijnbeheerplan werden de afgelopen jaren kleine verhogingen van de TAC doorgevoerd, zijnde een bevestiging van wat de visserman op zee aantreft: meer en vooral ook grotere kabeljauw. Echter, de wetenschap constateert weer een verslechtering van de situatie. Op basis van deze informatie stelt ICES voor om de totale kabeljauw-TAC voor Noordzee/Oostelijk Engels Kanaal/Skagerrak te verlagen van 40.300 dit jaar naar 32.240 ton voor volgend jaar, een korting van maar liefst 20%.
Wijting: De stand van de wijting blijft volgens de biologen afnemen. Erkend wordt dat de stock met name tegen de Engelse oostkust aan een positief beeld te zien geeft. In de rest van de Noordzee is dat niet het geval. Er is geen beheerplan en er zijn ook geen referentiepunten wat leidt tot een advies op basis van de gemiddelde aanvoercijfers over de afgelopen drie jaar. Volgens ICES moet op grond hiervan de TAC 2011 gekort worden van 12.900 ton naar 9.500 ton, een korting van maar liefst 26 %.
Commentaar van VisNed:
Inmiddels zit schol nu voor het derde jaar dubbel in het groen: het paaibestand zit ver boven het Veilig Biologisch Minimum van 230.000 ton. En de berekende visserijinspanning zit dik onder de MSY-grens van F 0,3. Tong zat vorig jaar bij het paaibestand voor de eerste keer in het groen maar door de bijstelling naar beneden zit het bestand dit jaar (hopelijk tijdelijk) even onder de limietgrens. Door dit laatste moet volgens het beheerplan bij beide soorten volgend jaar de Visserijinspanning opnieuw met 10 % gekort worden. Zeker in het geval van schol is dat natuurlijk absurd. Echter, we lopen vervolgens ook nog tegen een tweede limiet aan: de maximale fluctuatie in de TAC van 15 % per jaar. In het verleden, voor de introductie van het beheerplan, werden we wel geconfronteerd met kortingen die groter waren dan 15 % maar de bepaling van de maximaal 15 % houdt nu zeker geen gelijke trend met de spectaculaire stijging van het bestand.
Bij Noordzee-haring zien we overigens hetzelfde: op basis van het door de biologen luiden van noodklok werd in recente jaren kortingen doorgevoerd van 41% en 25 %. Nu blijkt het allemaal best mee te vallen en nu worden deze vissers gebonden aan een maximale stijging van 15 % met als resultaat dat volgens MSY de TAC volgend jaar 371.000 ton mag bedragen maar op basis van het beheerplan mag de TAC slechts stijgen van 164.800 ton tot 188.900 ton.
Later dit jaar wordt het beheerplan tong en schol geëvalueerd omdat de eerste drie jaar voorbij zijn. ICES heeft tot nu toe het platvisbeheerplan wel geaccepteerd voor de vissoort tong maar nog steeds niet voor de vissoort schol. Volgens ons wordt hier politiek bedreven; de Noorse wetenschappers binnen ICES geven aan dat zij niet gekend zijn bij de totstandkoming van dit beheerplan en daarom weigeren zij hun fiat hieraan aan te geven. Kennelijk gaat het deze wetenschappers niet om het resultaat van het beheerplan maar zijn ze in hun wiek geschoten dat de grootaandeelhouder EU (93% van de TAC) een beheerplan heeft vastgesteld. Wetenschappers geven altijd aan objectief te zijn en zich niet in te laten met beleid/politiek. Dat de praktijk vaak weerbarstiger is blijkt wel uit de opstelling van ICES rond het platvisbeheerplan waar het de vissoort schol betreft. Deze opstelling dreigt natuurlijk een belachelijke vertoning te worden, die de geloofwaardigheid van ICES zeker geen goed doet. Een klein beetje realiteitszin zal later dit jaar bij de evaluatie alleen maar tot de conclusie leiden dat het beheerplan “precautionary” is. Tijdens deze evaluatie zullen wij pleiten voor het opsplitsen van de beheersmaatregelen en ook zullen we betrokken willen worden bij de discussie over de exacte invulling van MSY.
De voorstellen van ICES bij de rondvissoorten kabeljauw en wijting zijn zondermeer teleurstellend. Waarom blijkt uit de toestandsbeoordelingen van de biologen nu geen bevestiging van de verbeteringen in deze stocks die de visserman de laatste jaren wel waar neemt? Er zal eens fundamenteel gediscussieerd moeten worden over de input van de informatie, want de negatieve spiraalzal toch eens doorbroken moeten worden. Dergelijke voorstellen zullen in het beheer ongetwijfeld weer leiden tot voorstellen van de Commissie tot reductie van zeedagen. Wij vinden dat de overheden en de RAC’s dit niet langer kunnen accepteren, het systeem van zeedagen is in diverse lidstaten en ook in de verschillende mandjes al veel te knellend. Nog meer kortingen kan niet langer gedragen worden, het leidt tot chaos in de sector. En we zijn er van overtuigd dat dit middel al jaren averechts werkt en er toe leidt dat de visserman steeds meer gedwongen wordt om met kleinere maaswijdtes te vissen omdat de zeedagen in de grotere maaswijdtes steeds gekort worden.
|